Ik klap niet voor deugende artiesten

En dan is het ze ineens naar de kop gestegen.

Ooit maakten ze een leuk liedje, hun eerste album viel goed, mensen vonden het leuk, het succes kwam, en daarmee de grote podia en bekendheid. Bekendheid dus wegens een refrein, stem of instrument.

Je denkt: keertje live kijken deze mensen.

En na 2 nummertjes gebeurt het al: De zanger begint over politiek. En alles daarna is die avond lelijk.

Sinds wanneer denken artiesten dat het interessant is wat zij van politiek vinden? Je bent ingehuurd als zanger, betaald door je publiek, en ineens geef je ook ongevraagd politiek advies?

Waar slaat dat op?

Dat je een een loodgieter inhuurt, die na de middagbammetjes ineens ook je boekhouding gaat doornemen. “Nou die aftrekpost, weet u die wel zeker?” Dat je huisarts je in je keel kijkt, en met z’n andere klauw sleutel 10 pakt om je auto te gaan fixen.

Nooit een goed idee.

Steeds meer artiesten hebben hier dus schijt aan: die willen dat wij gaan denken zoals zij. Tegen betaling.

“We don’t need no thought control”, zong Pink Floyd. Nu staat diens zanger Roger Waters megaschermen met Trump en Farage als varkens in de ogen van zijn publiek te douwen.

Neem de Britse rockband The Editors: steunen deze week kinderen om te spijbelen voor het klimaat.

Is dít wat rock geworden is? Ik wil dat mijn rockbands hotelkamers slopen, zich longembolies drinken en vanuit hun diepste rebelse flikker gitaarsolo’s over me uitstorten. Laat kinderen oproepen voor dubieuze klimaatmarsjes lekker aan gesubsidieerde semi-overheid clubjes over.

Maar het kan dus altijd nóg erger.

Herbert Grönemeyer, bij wie na jarenlang gejank over z’n dode wijf de tranen blijkbaar opgedroogd zijn, trad deze week op in Berlijn. En Joseph Goebbels knikte dat het goed was. De schreeuwende zanger, Duitsland’s grootste artiest, die dus was gekomen OM TE ZINGEN, stond een gedeelte van de Duitse bevolking uit te kafferen als een psychiatrische patient in hoge nood. Iets met democratie, niet naar rechts bewegen. Het enge was dat zijn publiek het geweldig vond.

Aan deugen lijkt steeds minder grenzen te zitten.

In Nederland hebben we Douwe Bob. Die klaagt over FvD en Snollebollekes. Hij “maakt zich zorgen om ons landje”. Zelf “beroemd” geworden door een TV spelletje, daarna een blik vol zielloze lauwe corporate liedjes gemaakt, en dan een self made brabo die de Gelredome op z’n kop zet typeren als symbool voor een leeghoofdig land.

Sad.

Creativiteit, en met náme Rock ’n Roll, is ontstaan uit de tegenbeweging, counterculture, tegen de mainstream. Maar alle brave, corporate artiestjes van nu komen met bukkende kontjes op het hoofdkantoor van de muziekmaatschappij, en delen netjes de status quo meninkjes.

Tegen Trump.

Tegen Brexit.

Voor klimaat.

Gaap.

Ik merk dat ik zelf steeds minder zin heb in dat soort muziek. Als ik een preek wil ga ik wel naar de kerk.

En als ik zo dom ben om politiek advies van Douwe Bob nodig te hebben, kan ik beter voor complete lobotomie gaan.